13 juli 2021

Coronaperikelen in de aannemerij

feature-img

Onlangs deed de Raad van Arbitrage in Bouwgeschillen twee uitspraken (18 februari 2021 en 7 mei 2021) over de vraag of het coronavirus en/of corona maatregelen een onvoorziene omstandigheid oplevert die recht geeft op verlenging van de bouwtijd.

De feiten

In beide procedures sloten de aannemer en de verkrijger een aannemingsovereenkomst voor de bouw van een appartement. De aannemer slaagde er in beide gevallen niet in om het appartement tijdig aan de verkrijger op te leveren. De verkrijgers maakten vervolgens aanspraak op de contractuele schadevergoeding van 0,25 promille van de aanneemsom per kalenderdag. Deze gefixeerde schadevergoeding vloeit voort uit artikel 14.5 van de toepasselijke algemene voorwaarden (Woningborg).

Het heeft er overigens alle schijn van dat het in de beide procedures dezelfde aannemer betreft. De gemachtigde van de aannemer is dezelfde en het gevoerde verweer is (nagenoeg) hetzelfde.

Verweer

De aannemer stelt dat de termijnoverschrijding het gevolg is van een aantal onwerkbare werkdagen. Een deel van de onwerkbare werkdagen ziet op de weersomstandigheden. Een deel van de onwerkbare werkdagen zou echter het gevolg zijn van corona. Om precies te zijn, de aannemer stelt in beide procedures dat 20 werkdagen onwerkbaar waren vanwege “onvoorziene omstandigheden t.g.v. coronavirus”.

In een van de procedures is dit verweer door de aannemer toegelicht. Hij stelt dat dit vooral te maken had met een gebrek aan werknemers op de werkvloer bij leveranciers en onderaannemers vanwege de maatregelen tijdens de coronacrisis.

Beoordeling

De Arbiter (ook in beide procedures dezelfde) wijst het verweer als onvoldoende onderbouwd van de hand. Hij overweegt daarbij het volgende:

“Voor het aannemen van onvoorziene omstandigheden als gevolg van corona is méér vereist dan de blote stelling dat er vanwege de opgelegde maatregelen vertraging is ontstaan. Zoals algemeen bekend mag worden verondersteld, is de bouw nu juist één van de weinige sectoren waarin kon (en kan) worden doorgewerkt.”

Conclusie

In dit specifieke geval heeft de aannemer zijn verweer, onvoldoende handen en voeten gegeven. De definitie van onwerkbare werkdagen in artikel 14 van de Algemene Voorwaarden van Woningborg luidt als volgt:

“Werkdagen worden als onwerkbaar beschouwd wanneer daarop door omstandigheden buiten de aansprakelijkheid van de Ondernemer gedurende ten minste vijf (5) uren door het grootste deel van de werknemers of machines niet kan worden gewerkt.”

Als de aannemer zijn verweer concreet zou hebben gemaakt, dan valt niet op voorhand uit te sluiten dat er door de coronamaatregelen onwerkbare werkdagen zijn ontstaan. Bijvoorbeeld als er geen (te verwerken) materialen meer beschikbaar zijn door leverantieproblemen en/of wanneer door ziekte het grootste deel van het personeel niet kon werken.

De UAV 2012 (paragraaf 8) bevat een vergelijkbare bepaling omtrent onwerkbare werkdagen.

De beide uitspraken van deze arbiter zijn dus geen principiële uitspraak, dat corona nooit een onvoorziene omstandigheid oplevert die recht geeft op een termijnverlenging. Daar is de arbiter eenvoudigweg niet aan toe gekomen. Het verweer van de aannemer was onvoldoende onderbouwd, waardoor een inhoudelijke beoordeling niet heeft plaatsgevonden.

Aannemingsovereenkomsten

Al snel (tijdens de eerste lockdown) ontstond er in de praktijk behoefte aan speciale coronabepalingen in bouwcontracten. Het belangrijkste element uit die bepalingen is dat partijen afspreken dat zij met elkaar (in alle redelijkheid) in overleg blijven in het geval de coronamaatregelen op een specifiek project van invloed zijn. Daarnaast dienen, mijns inziens, in dergelijke coronabepalingen: overmacht, bouwtijdverlenging en ook kostenstijgingen te worden benoemd.

Als je hierover vragen hebt, dan mag je me altijd bellen op 030-2521802 of een e-mail sturen naar gijsbertsen@tomlow-advocaten.nl

Delen

overig nieuws_