Bestuursrecht_

Tomlow advocaten staat zowel grote gemeenten als particulieren bij in bestuursrechtelijke geschillen. Daarnaast adviseren we op het gebied van (ruimtelijk) bestuursrecht. Voor kwesties met betrekking tot bestemmingsplanprocedures, het verkrijgen van een omgevings-, omzettings- of splitsingsvergunning, bent u bij ons aan het juiste adres. Onze specialisten hebben meer dan dertig jaar ervaring in de bestuursrechtelijke praktijk.

Bestuursrecht algemeen

Het bestuursrecht kenmerkt zich door het feit dat een bestuursorgaan bij de zaak is betrokken. Dat vergt een andere benadering dan in het burgerlijk recht. In het bestuursrecht moet worden gedacht in besluiten en belanghebbenden. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) is de ‘grondwet’ voor het bestuursrecht. Daarnaast zijn er ontelbare gedetailleerde voorschriften op alle overheidsniveaus, die het toetsingskader in het bestuursrecht bepalen. Ook de algemene beginselen van behoorlijk bestuur spelen een belangrijke rol.

Finale geschillenbeslechting

Het bestuursrecht vraagt in veel gevallen om een lange adem. Bestreden besluiten worden soms in bezwaar herroepen of in (hoger) beroep vernietigd. Vaak is het doel dan nog niet bereikt en wordt het bestuursorgaan opgedragen om een nieuw besluit te nemen. Dan kan de hele procedure weer opnieuw beginnen. Wel is in het bestuursrecht een tendens te zien die is gericht op ‘finale geschillenbeslechting’. Bestuursrechters proberen dus wel om de procedures te bekorten en een eindoordeel te geven. De rechter mag echter niet op de stoel van het bestuursorgaan gaan zitten.
Tomlow Advocaten heeft een ruime ervaring op het gebied van het bestuursrecht. Wij treden zowel voor bestuursorganen op als voor partijen die worden geconfronteerd met besluiten van bestuursorganen, waarmee zij zich niet kunnen verenigen.

Raakvlakken met huurrecht en vastgoed

In de praktijk heeft het bestuursrecht veel raakvlakken met de andere rechtsterreinen waarop Tomlow Advocaten gespecialiseerd is, zoals het huurrecht en het vastgoedrecht. Om die reden is het van belang dat ook specialistische kennis in huis is op het gebied van het bestuursrecht.
Voorbeelden van bestuursrechtelijke onderwerpen die een duidelijke binding hebben met het huurrecht of het vastgoedrecht zijn:

  • Huisvestingsvergunning
  • Omzettingsvergunning
  • Samenvoegingsvergunning
  • Splitsingsvergunning
  • Exploitatievergunning, drank- en horecavergunning, terrasvergunning
  • Vergunningen op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), zoals de bouwvergunning, gebruiksvergunning, sloopvergunning, monumentenvergunning etc.
  • Aanschrijving op grond van de Woningwet
  • Een bevel tot sluiting van een pand op grond van Gemeentewet, de Opiumwet of de Woningwet
  • Gebruiks- en bouwvoorschriften op grond van een bestemmingsplan of andere ruimtelijke regeling

Rechtsbescherming in het bestuursrecht

Het bestuursrecht kent een ingewikkeld stelsel van rechtsbescherming. Voorwaarde is dat er sprake is van een voor bezwaar of beroep vatbaar besluit van een bestuursorgaan en dat degene die daartegen op wenst te komen belanghebbende is. Net als in het civiele recht, is zowel een bodemprocedure als een kort geding (verzoek om voorlopige voorziening) mogelijk. Voor dat laatste geldt –anders dan in het civiele recht- de voorwaarde dat er een bodemprocedure aanhangig is (connexiteitsvereiste). In principe heeft het indienen van een bezwaar- of beroepschrift geen schorsende werking. Het bestreden besluit blijft dus gelden tijdens de procedure. Zonodig zal degene die zich met het besluit niet kan verenigen in kort geding bij de voorzieningenrechter een schorsingsverzoek of een ander verzoek om voorlopige voorziening moeten indienen om de werking aan het besluit te ontnemen.

De regelgeving waarop het bestreden besluit is gebaseerd, bepaalt bij welke bestuursrechter de zaak aanhangig moet worden gemaakt. In beroep is dat meestal de Afdeling Bestuursrecht van de rechtbank. In hoger beroep kunnen dat verschillende bestuursrechters zijn, zoals de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor het Bedrijfsleven.

Termijnen

In het bestuursrecht spelen termijnen een cruciale rol. Wanneer te laat bezwaar wordt gemaakt of (hoger) beroep wordt ingediend, dan is degene die het niet eens is met een besluit niet-ontvankelijk. Het besluit staat dan vast en is onherroepelijk. Soms is het ook van groot belang om in de voorfase -bij de totstandkoming van een besluit- een zienswijze in te dienen, omdat men anders niet meer meedoet in de daaropvolgende procedures.

Zienswijze

In sommige gevallen is het mogelijk om reeds in de voorfase, nog voordat er een besluit is genomen, een zienswijze in te dienen. Met deze zienswijze kan men proberen het voorgenomen besluit van het bestuursorgaan te beïnvloeden.

Bezwaar

In bezwaar dient het bestuursorgaan het eigen besluit in heroverweging te nemen. Daarbij moet het bestuursorgaan alle feiten en omstandigheden betrekken. Ook de feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan na het indienen van het bezwaarschrift, dus tot aan het moment waarop de beslissing op bezwaar wordt genomen. Dit wordt de ex nunc toetsing genoemd.

(Hoger) beroep

In (hoger) beroep moet de bestuursrechter het bestreden besluit toetsen aan de hand van de gronden die in bezwaar en beroep zijn ingediend. Nieuwe feiten of omstandigheden, die dateren van na de beslissing op bezwaar, tellen echter niet mee. Dat wordt de ex tunc toetsing genoemd. Bovendien concentreert de bestuursrechter zich op de vraag of het besluit rechtmatig is. De doelmatigheid speelt in beroep geen (grote) rol.
Tomlow Advocaten heeft een zeer ruime ervaring in het bijstaan van partijen, zowel bestuursorganen als burgers. In diverse, soms spraakmakende procedures, heeft Tomlow Advocaten aangetoond over de vereiste lange adem te beschikken.

Handhaving

Bestuursorganen hebben diverse mogelijkheden om handhavend op te treden, indien bestuursrechtelijke voorschriften worden overtreden. Er geldt een beginselplicht om te handhaven. Dat wil zeggen dat het bestuursorgaan moet optreden tegen een overtreding, tenzij er concreet zicht bestaat op legalisering of het handhavend optreden in strijd zou zijn met het evenredigheidsbeginsel.

Last onder dwangsom

Een belangrijk middel om een einde te maken aan een overtreding is het opleggen van een last onder dwangsom. De overtreder ontvangt dan een aanschrijving om binnen een bepaalde termijn (de zogenaamde begunstigingstermijn) een einde te maken aan de overtreding. Doet de aangeschrevene dit niet, dan verbeurt hij een dwangsom. Dat kan een bedrag ineens zijn of een bedrag per overtreding of per tijdseenheid met een bepaald maximum. Zonodig kan een tweede last onder dwangsom volgen met een hoger bedrag, wanneer blijkt dat de financiële prikkel onvoldoende is geweest.

Feitelijke bestuursdwang

Het bestuursorgaan kan er ook voor kiezen om zelf een einde te maken aan de overtreding op kosten van de overtreder. In dat geval wordt een bestuursdwangbesluit opgelegd. Soms is de overtreding dermate ernstig en de beëindiging daarvan zo spoedeisend, dat het bestuursorgaan geen begunstigingstermijn behoeft te stellen. Denk bijvoorbeeld aan een ernstige overtreding van milieuvoorschriften, waardoor grote schade dreigt te ontstaan.

Bestuurlijke boete

In toenemende mate heeft het bestuursorgaan de mogelijkheid om een bestuurlijke boete op te leggen. Daarvan moet een preventief effect uitgaan. Het opleggen van een bestuurlijke boete is een strafmaatregel. De bestuurlijke boete is dus niet direct een middel om een einde te maken aan de overtreding, maar een (extra) middel om de overtreder te straffen. De bestuurlijke boete kan worden opgelegd naast het opleggen van een last onder dwangsom of een bestuursdwangbesluit.

Contact

Heeft u een vraag over bestuursrecht, neem dan gerust telefonisch contact met ons op. U wordt doorverbonden met een van onze medewerkers, wij staan u graag vrijblijvend te woord.

Delen

recente artikelen van Bestuursrecht